Start van de vaardighedenlijn

Je opleiding start met LLP. Door LLP leer je in korte tijd veel andere nieuwe studenten kennen, raak je vertrouwd met het universitaire leven en leer je academische basisvaardigheden die je helpen om grip te krijgen op je studie. In LLP worden studenten niet massaal, maar juist persoonlijk benaderd in een vertrouwde, vaste tutorgroep van ongeveer 30 studenten. De tutorgroep wordt geleid door een docenttutor en een studenttutor (een ouderejaarsstudent). Met je tutorgroep volg je een gevarieerd programma. In dat verband krijg je ook je eerste basisvaardigheden aangeleerd. Het 'echte' leren van vaardigheden vindt plaats bij Inleiding Recht.

Taaltoets

Een goede beheersing van het Nederlands is een must voor een jurist. Daarom nemen we tijdens je Ba1 een 'Taaltoets' af: zo krijg je inzicht in wat je wel en niet goed kunt. De Taaltoets vindt plaats tijdens LLP en in het kader van LLP word je hierop voorbereid. Er wordt gewerkt aan het ontwikkelen van taalclips. Zodra deze zijn ontwikkeld, worden ze gedeeld op deze website.

Vaardigheden ingebed in het recht

Bij de opleiding Rechtsgeleerdheid krijg je geen losse vakken met alleen maar vaardigheden; er is dus geen vak dat 'schrijfvaardigheid' heet. Bij ons leer je vaardigheden in alle vakken. Het eerste vak waarin dit gebeurt, is Inleiding recht.

Het vak Inleiding Recht biedt een introductie in de fundamentele begrippen en onderscheidingen van het recht. In dat kader behandelen we in de hoorcolleges op hoofdlijnen het positieve recht van een aantal belangrijke rechtsgebieden: staatsrecht, strafrecht, burgerlijk recht, internationaal publiekrecht en mensenrechten. Zo biedt het vak zowel een brede als een inhoudelijke eerste verkenning van wat je als beginnende rechtenstudent in je studie kunt verwachten.

Casus oplossen

Een kernvaardigheid voor een jurist is het oplossen van een casus. Een casus is een beschrijving van een gebeurtenis. Deze gebeurtenis roept juridische vragen op die je kunt oplossen. Casus oplossen zul je gedurende je hele opleiding doen. Het komt in alle vakken voor: van staatsrecht tot strafrecht, van civiel recht tot immigratierecht.

Tijdens Inleiding Recht leren we je hoe je een casus oplost. Casus lossen we op aan de hand van de IRAC-methode. Dit wordt in het onderwijs uitgelegd. Om een casus goed op te kunnen lossen:

  • heb je kennis nodig van het recht (opzoekvaardigheid);
  • moet je het recht begrijpen (analyseren);
  • moet je juridische vragen kunnen formuleren (onderzoeksvraag formuleren);
  • moet je een juridische oplossing kunnen beredeneren (argumenteren);
  • en moet je een beslissing kunnen nemen over wat het beste alternatief is (oordelen).

Al deze vaardigheden komen samen bij casus oplossen.

Ben je benieuwd hoe we casus oplossen? Bekijk dan alvast deze video:

Kennisclip – gelieve in te loggen met uw ULCN-account

Schrijfvaardigheid

In het tweede semester van je propedeuse volg je het Oriëntatievak Grondslagen van het recht. Als je niet voor Rechtsgeleerdheid (afstudeerrichting monodisciplinair) hebt gekozen, volg je het oriëntatievak bij de afstudeerrichting van jouw keuze: Entrepreneurship & Management, International Business Law of Economie. Ook bij deze vakken train je je schrijfvaardigheid.

Tijdens Grondslagen van het Recht schrijf je drie stukken: van 400, 800 en 1.200 woorden. Op deze stukken krijg je telkens nuttige feedback die je in staat stelt om het de volgende keer beter te doen. Dit vak bereidt je voor op de andere schrijfvakken in je bachelor: Europees Recht (Ba2), Moot Court (Ba2), Rechtsfilosofie (Ba3) en je Bachelorscriptie (Ba3). Alles wat je bij Grondslagen van het Recht leert, is dus zonder meer nuttig voor de daaropvolgende vakken.

Taaltoets

Voor het goed kunnen schrijven en het helder kunnen verwoorden van je redenering, is taalvaardigheid cruciaal. Het opfrissen van hetgeen je voor de Taaltoets hebt geleerd of geoefend, is geen overbodige luxe!

Theorie als basis voor je vaardigheden

Je sluit je propedeuse af met het vak Methoden & Technieken van de Rechtswetenschap.

In dit vak plaats je hetgeen je geleerd hebt over het recht en wat je hebt gedaan (stukken schrijven) in een theoretisch kader: wat doet een jurist eigenlijk en hoe gaat hij/zij te werk? Dat is erg belangrijk: je realiseert je wat typisch is aan de rechtswetenschap. Dit vak bereidt je voor op de twee opvolgende bachelorjaren. Het geeft je beter inzicht in waar het in de rechtenstudie om draait.

Verdieping: meer dan alleen recht toepassen

In het bijzonder bereidt dit vak je voor op vaardigheden die je in je tweede jaar gaat verdiepen: onderzoeksvragen stellen, argumenteren, oordelen en schrijven. In Bachelor 2 ga je het recht niet alleen toepassen. Bij vakken als Europees Recht en Moot Court (maar ook bij de andere Ba2-vakken) kom je in aanraking met rechtsregels die niet zomaar 'toegepast' kunnen worden omdat ze niet (precies) passen op de feitenkaders. Dan leren we je hoe je binnen het systeem van het recht creatief kunt zijn om een oplossing te verzinnen of om het gelijk aan jouw kant te krijgen. Bij Methoden & Technieken van de Rechtswetenschap leer je van dit ‘creatief’ zijn dus ook de theorie.

Vaardigheden verdiepen

In het eerste semester van je 2de jaar volg je het vak Europees Recht. In dit vak oefen je de vaardigheden die je in Bachelor 1 reeds hebt geleerd opnieuw, maar op een hoger niveau. Je ervaart daardoor dat al deze vaardigheden echt kernvaardigheden voor juristen zijn: je hebt ze nodig om straks werkzaam te zijn in een bepaald rechtsgebied. En ongeacht het rechtsgebied zijn ze telkens relevant. Je oefent dit zowel mondeling als schriftelijk en zowel individueel als in een groep. Bij het vak Europees Recht ervaar je dus wat de bovenstaande vaardigheden je kunnen brengen om een concrete juridische vraag op te lossen of juist te stellen.

Gereedschap

Sommige vragen kunnen op basis van eenvoudige toepassing van rechtsregels niet worden opgelost. Hiervoor heb je een uitgebreid arsenaal aan juridisch gereedschap nodig. De theorie hiervoor is je aangereikt bij Methoden & Technieken van de Rechtswetenschap. Bij Europees Recht ga je dit gereedschap voor het eerst echt gebruiken.

En nu ECHT

Na Europees recht neem je (in het 2de semester) deel aan Moot Court. Tijdens dit vak treed je als advocaat/gemachtigde op. Aan de hand van een casus bepleit je uiteindelijk voor een rechtbank bestaande uit docenten, advocaten en rechters een zaak. Je oefent dus nogmaals de vaardigheden die je eerder hebt aangeleerd, maar met een andere focus en spanning (bijvoorbeeld die van een pleidooi en het kunnen reageren op het standpunt van uw wederpartij of de vragen van de rechtbank). Zo schrijf je een argumentatielijst, een rechtsgeleerde beschouwing (1.500 woorden) en een pleitnota. Je traint jezelf gedurende Moot Court nog grondiger in de vaardigheden.

Je traint jezelf ook in het creatief zijn als jurist om via het recht een voor je cliënt zo gunstig mogelijke uitkomst te verkrijgen. Ook als het recht hiervoor niet zonder meer meteen aanknopingspunten geeft. De theorie die je bij Methoden & Technieken van de Rechtswetenschap hebt geleerd, komt hier van pas.

Beheersen

Bachelor 3 is het laatste jaar van je opleiding: aan het einde daarvan kun je (1) zelfstandig een academisch juridisch probleem analyseren en (2) daar een juridisch gefundeerd oordeel over vormen. Kortom, je beheerst de eerder in je bachelor aangeleerde vaardigheden. In een vervolgopleiding (bijvoorbeeld een master) zul je deze vaardigheden wederom aanscherpen en verdiepen. Ook tijdens je werk later ontkom je niet aan het analyseren van vraagstukken. Om deze reden behoren deze vaardigheden tot de zogenoemde transferable skills: vaardigheden die je op tal van momenten en in tal van posities nodig hebt.

Feedback

Gedurende Bachelor 1 (Oriëntatievak Grondslagen van het Recht), Bachelor 2 (Europees Recht en Moot Court) heb je feedback ontvangen op je schrijfvaardigheid en op de kernvaardigheden van een jurist. Kijk deze feedback voordat je aan de schrijfopdrachten van Bachelor 3 begint (Rechtsfilosofie I en Bachelorscriptie) nog eens goed door. Je hebt er echt wat aan bij je vervolgopdrachten!

Pressure Cooker

Om het schrijven goed in de vingers te krijgen en om je argumentatie, oordeelsvorming en creativiteit te stimuleren, volg je in het 1ste semester van dit jaar het vak Rechtsfilosofie. Tijdens dit vak schrijf je wekelijks een essay van 400 woorden (zeven in totaal, waarvan er vijf worden beoordeeld). Je sluit het vak af met een essay van 500-700 woorden.

Lastiger dan je denkt

Het schrijven van korte stukken is lastiger dan je denkt. In dit vak leer je hoe je de angel haalt uit complexe materie en hoe je daar een zinnig stuk over schrijft. Literatuur die je bij Inleiding Recht en Oriëntatievak Grondslagen van het Recht hebt bestudeerd over juridisch redeneren, komt je hier zeer goed van pas!

Afsluiting van de Leerlijn

Met de bachelorscriptie sluit je je opleiding af. Je doet zelfstandig onderzoek naar een onderwerp dat je interesseert en waarop expertise is binnen onze faculteit.

Alles wat je eerder hebt geleerd, zowel qua inhoud als qua vaardigheden wordt opeens relevant. Het schrijven van een bachelorscriptie is een bijzondere ervaring.